Lijst Hilbrand Nawijn - Hart voor Zoetermeer

Poll

Nieuwsarchief - Spreektekst LHN Begrotingsdebat 2010-2014

 

ZOETERMEER, STAD MET PERSPECTIEF: NU EN IN DE TOEKOMST


Het College slaat de spijker op z’n kop als in de Meerjarenbegroting wordt opgemerkt dat: ”aan het collegeprogram alleen gestalte kan worden gegeven als we daar samen de schouders onder zetten. Met een gemeentebestuur, waarin raad en college ieder vanuit hun eigen verantwoordelijkheid samen richting geven aan de uitvoering van dit programma. Maar in het bijzonder ook met inwoners, instellingen en bedrijven die een ieder naar vermogen en gebruikmakend van de eigen creativiteit samenwerken aan de verdere ontwikkeling van onze stad. De positieve kracht wordt zichtbaar doordat wij met elkaar willen investeren in onze stad. Dit, ondanks de moeilijke financiële tijden, die ingrijpende bezuinigingen de komende jaren noodzakelijk maken” (einde citaat, Meerjarenbegroting 2011 – 2014, p. 8). Mijn fractie staat hier volledig achter.

Nationaal lijkt de economie een licht herstel te vertonen: kijk naar de export. De stijging van de werkloosheid is beduidend minder dan verwacht, in de industrie worden weer mensen aangenomen en het aantal uitzendkrachten stijgt. Dat wijst op verbetering. Maatschappelijk gezien, zowel bij de rijksoverheid als bij de locale overheid, zal er echter nog steeds veel moeten worden bezuinigd. De gevolgen van de recessie zullen merkbaar worden in de portemonnee van de burger: dus ook in die van de inwoners van Zoetermeer. De meeste burgers zullen hard moeten knokken voor een leefbaar bestaan. Elk dubbeltje zal moeten worden omgedraaid.

Volgens mijn fractie is de missie van onze stad: Alle inwoners moeten zich in Zoetermeer prettig en thuis kunnen voelen. Voor de minder bedeelden, waaronder speciaal de ouderen, gehandicapten en chronisch zieken moeten we proberen de pijn te verzachten. Mijn fractie is van oordeel dat het college zich moet inzetten om in deze moeilijke tijden de kwaliteit van de leefomgeving voor alle inwoners te behouden. Wij hebben daartoe een vijftal speerpunten onderkend, te weten:

 

  • Bezuinigingen
  • Veiligheid
  • Sociale voorzieningen
  • Cultuur
  • Onderwijs

 

 

PALENSTEIN

Alvorens op deze belangrijke onderwerpen in te gaan wil ik het hebben over het bouwbeleid van de gemeente Zoetermeer. De bouw in Zoetermeer (en de daarmee gepaard gaande woningmarkt) is als gevolg van de economische recessie vrijwel stil komen te liggen. Het aantal bouwvakkers, dat werkloos is, neemt toe. Voorlopig is er helaas nog geen zicht op verbetering van deze situatie in de bouwsector. Dat is een slechte zaak. Vooral omdat moet worden bedacht dat Zoetermeer bezig is met een ambitieus en omvangrijk renovatie project te weten Palenstein. Het is duidelijk dat de vorige wethouders van PvdA huize, die politiek verantwoordelijk waren voor deze ingrijpende renovatie, op zijn zachtst gezegd de Raad wat erg laat heeft geïnformeerd over grote tegenvallers: zowel in de planning als wat betreft de financiën. Het is haast niet te geloven dat dit is gebeurd en nu zitten wij met de gebakken peren. De ramp is echter wellicht nog enigszins te verzachten. Omdat alle activiteiten in dit kader zo vertraagd zijn, is er wellicht voldoende ruimte om enkele speerpunten van ons beleid invulling te geven. Jongeren en ouderen moeten namelijk passend worden gehuisvest. Bovendien is diversiteit van groot belang. Sociale huurwoningen, dure huur en koop moeten een plaats krijgen. Dat kan in Palenstein. Ook kan aandacht worden besteed aan de technische kwaliteit van deze woningen. Energie isolatie, warmte koude opslag en collectieve warmtevoorziening zijn onderwerpen, die veel aandacht verdienen. De kers op de taart wordt uiteraard gevormd door het Park Palenstein. Een busbaan dwars door dit park lijkt mijn fractie echter geen goed idee. 

Kan het College inzicht geven in de bedreigde bouwprojecten in Zoetermeer en inzake Palenstein? En wat gaan wij hieraan doen?

 

BEZUINIGINGEN

Bezuinigingen zijn helaas noodzakelijk. De ene bezuinigingsmaatregel na de andere wordt in Den Haag bedacht. Uiteraard zullen wij die bezuinigingsmaatregelen moeten vertalen in concrete acties. Die moeten de burgers echter zoveel mogelijk ontzien (in de portemonnee en in sociale activiteiten). De bezuinigingen zullen daarom moeten worden gevonden in vergroting van de effectiviteit en efficiëntie van de gemeentelijke organisatie. Ik denk hierbij aan verkleining van het ambtelijk apparaat in de komende vier jaren (100 tot 200 fte’s). Dat kan bijvoorbeeld door:

 

  • centralisatie inkoop
  • verkleining staf Gemeentesecretaris leidt tot vermindering dubbel werk
  • verkleining WMO afdeling door indicatiestelling WMO door huisartsen
  • verkleining Afd. Ruimte door wegvallen uitbreiding Zoetermeer
  • verkleining Afd. Communicatie door verminderen frequentie Zoetermeer Magazine
  • herijking verhouding wijkposten/gemeentesecretarie.

 

 Deze maatregelen moeten naar het oordeel van mijn fractie de nodige ruimte opleveren om enerzijds te voldoen aan de bezuinigingstaakstellingen en anderzijds nieuwe voorzieningen te realiseren (2 miljoen euro). Bij nieuwe voorzieningen denk ik bijvoorbeeld aan de kwaliteit van de leefomgeving zoals in de wijk Palenstein, die ingrijpend wordt gerenoveerd en de wijk Buytenwegh, die in ernstige mate last heeft van verpaupering. Extra financiële middelen zijn hier benodigd. Mijn fractie streeft naar een hoge kwaliteit van leven in Palenstein en Buytenwegh, zodat de bewoners weer trots kunnen zijn op deze wijken.

 

VEILIGHEID

Naast alle bezuinigingen van het nieuwe Kabinet heeft het Kabinet kans gezien het aantal politieagenten uit te breiden. Wij willen ons deel van deze uitbreiding. Drieduizend agenten voor heel Nederland betekent 25 agenten voor Zoetermeer. Wij willen die capaciteit inzetten voor preventie. De jeugd moet niet in de criminaliteit raken zeker niet wanneer de economische crisis zich laat voelen in de portemonnee van jeugd en ouders. Wij horen overigens zeer verontrustende geluiden over het project ”Veilig Stappen”: horecaondernemers gaan op straat zelf beveiligers inzetten omdat er geen politie is en de stapbus stopt (letterlijk en figuurlijk). Wat is hier van waar? Hoe gaat de burgemeester zich inzetten voor deze 25 agenten?

Veiligheid bij de Oudejaarsviering vindt mijn fractie ook een voornaam ding. De Oudejaarsviering gaat traditioneel gepaard met veel vertier. Vuurwerk wordt afgeschoten, oliebollen worden gegeten en drank wordt gedronken. Dat is een feest. Vandalisme is echter onacceptabel. Het leidt tot jaarlijks toenemende schade. Dus daarom wethouder Van Domburg: Vandalen laten (moeten) Betalen. Mijn fractie wil dat paal en perk wordt gesteld aan de schade.  Ik heb hiervoor een motie.

Veiligheid rond stations laat te wensen over. De donkere stations van de Randstadrail tonen s-avonds en ’s-nachts een naargeestig en luguber beeld. Niet direct een uitnodiging om op de trein te stappen. Vooral bij Centrum West lijkt het steeds onveiliger te worden. Dat zet zich door in de Randstadrail zelf, hebben wij van HTM mogen vernemen. Mijn fractie eist actie van het College: camera’s en meer handhavers. Graag een reactie van het College.

Hoe staat het met de gladheidbestrijding? Wij zijn toch beter bewapend dan vorig jaar, mag ik hopen.

 

SOCIALE VOORZIENINGEN

Het aantal mensen, dat als gevolg van de economische recessie recht heeft op een Zoetermeer pas, zal naar verwachting in de komende tijd toenemen. Het benodigde budget zal hierdoor stijgen. Dit is een lastige ontwikkeling en noopt tot beperking van de faciliteiten van de Zoetermeer pas. Wat is de visie van het College daarop?

Het Zoetelaar concept heeft zich bewezen. Daar mag nooit aan worden getornd, ook niet door de kabinetsplannen. Mensen met een zekere handicap en daardoor een zekere kwetsbaarheid kunnen hier werk vinden en in contact komen met anderen. Toepassing van het Zoetelaar concept in bijvoorbeeld VTC’s, die te maken hebben met een taakstelling ligt in de rede. De aantrekkelijkheid van Kinderboerderijen wordt hierdoor vergroot terwijl ook voor mensen met een handicap meer mogelijkheden ontstaan. Ik denk hierbij bijvoorbeeld aan WAJONG geïndiceerde, die door het Kabinet zwaar worden getroffen in hun mogelijkheden.

Mijn fractie is verheugd met de pilot voor een ouderen ontmoetingscentrum in Rokkeveen. Pluim voor het College. Nu de wijken nog die niet een dergelijk ontmoetingscentrum hebben.

 

CULTUUR


Stadstheater

Zoetermeer kent het Stadstheater, de Boerderij en het CKC. De plannen zijn erop gericht om nog een vierde culturele instelling aan te trekken te weten het Stadsforum en nog een vijfde: zaal voor Amateurkunst. Al deze instellingen vissen in elkaars viswater, blijkt ook uit het rapport van Twijnstra en Gudde. Dat is zeer onaantrekkelijk. Het is niet goed dat instellingen die zwaar gesubsidieerd worden met elkaar concurreren en door die zware concurrentie ook nog eens zware financiële problemen krijgen, die weer op het gemeentelijk bordje worden gelegd. Volgens mijn fractie dreigt Zoetermeer zijn hand te overspelen. Er zullen duidelijke keuzes moeten worden gemaakt. Graag een reactie van de wethouder.

Kunst van Zoetermeerse kunstenaars


Onze stad telt zo’n 120 beeldend kunstenaars. Deze hebben grote behoefte om hun werk af te zetten. De gemeente kan daarbij een heel waardevolle rol spelen. Waarom zullen wij kunstwerken aankopen van kunstenaars van buiten Zoetermeer als wij de mooiste kunstwerken binnen Zoetermeer kunnen vinden? Mijn fractie vindt het van groot belang dat meer kunst van Zoetermeerse kunstenaars wordt aangekocht. Dat is goed voor hen en goed voor onze stad. En hoe staat het eigenlijk met de uitvoering van onze motie om in het kader van Zoetermeer 1000 25.000 euro ter beschikking te stellen voor het maken van een kunstwerk door een Zoetermeerse kunstenaar? 


ONDERWIJS

 

Taalachterstand is door een aantal oorzaken een steeds groter probleem geworden. Niet alleen allochtonen worden hiermee geconfronteerd maar ook autochtonen. Circa 10 procent van onze bevolking heeft hiermee te kampen. Laag geletterheid vormt een belangrijke belemmering voor participatie op de arbeidsmarkt. Bovendien leidt laaggeletterdheid vaak tot vereenzaming. Dit betekent dat systematisch aandacht moet worden besteed aan het verminderen en zo mogelijk wegnemen van taalachterstand. Mijn fractie heeft hiervoor dan ook een motie opgesteld.

VOGELKASTJES

Zoetermeer is een vogelstad bij uitstek. Veel vogels komen op doorreis naar het Zuiden in Zoetermeer. De vogelrijkdom van onze stad, die al bijzonder is, wordt enorm gestimuleerd door het ophangen van nestkastjes. Mijn fractie wil scholieren op de Kinderboerdrijen nestkastjes laten maken. Die kunnen na afloop worden opgehangen aan het ouderlijk huis. Het maken van de kastjes betrekt de jeugd bij de natuur en heeft een grote educatieve waarde. Dit vermindert de neiging tot vandalisme en vernieling.

SCHOOLPLEINEN

Op schoolpleinen wordt veel vernield. Afgelopen jaar voor een bedrag van 225.000 euro (in 2009: 400.000 euro). De kosten van reparatie worden verhaald op programma 4 waardoor het onderwijsbudget onder druk komt te staan. 

Schoolpleinen vervullen een wijkfunctie en de school kan niet voorkomen dat er vernielingen zijn. De kosten moeten worden verhaald op de daders (ook weer vandalen laten betalen). Daarom valt het onder veiligheid. Camera toezicht is geboden om de daders te pakken. Ook rondom de schoolpleinen. Voorts is het van belang om meer speelmogelijkheden te maken, zodat kinderen volop kunnen spelen.

BREDE SCHOOL BUYTENWEGH

De Brede School in Palenstein blijkt, voor zover nu valt te overzien, een succes te zijn. Dat is prachtig. Mijn fractie is dan ook voorstander van de Brede Scholen in Zoetermeer. Dat hoeft niet altijd een nieuw gebouw te eisen. Ook bestaande gebouwen kunnen worden gebruikt. De wijk Buytenwegh is aan het verpauperen. Daarom zijn er in deze wijk renovatieprojecten van start gegaan. Mijn fractie is van oordeel dat deze wijk nu het eerst in aanmerking komt voor de realisatie van een Brede School, vergelijkbaar met Palenstein door renovatie van bestaande gebouwen. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van bestaande gebouwen en een combinatie van verschillende voorzieningen. Voor Buytenwegh betekent dit een positieve impuls.

LEERLINGENVERVOER

De gemeente trekt jaarlijks een fors bedrag uit voor leerlingenvervoer naar scholen binnen en buiten de stad. Dit bedrag kan omlaag wanneer meer gebruik wordt gemaakt van ICT – voorzieningen.

 

TENSLOTTE

Ik weet dat deze onderwerpen niet alle behoeften dekken, die in onze stad leven. Met genoemde onderwerpen kunnen we echter wel een bijdrage leveren aan het welbevinden van onze burgers. Als mensen zich plezierig voelen en willen bijdragen aan het functioneren van onze stad helpt dat enorm. Mijn fractie verwacht dan minder kosten voor de reparatie van aangerichte schade, minder opstandige jeugd en minder vandalisme rond Oud Jaar en een veel beter leefklimaat voor de ouderen. Voorkomen is wat ons betreft beter dan genezen.

Ik dank U voor Uw aandacht.

 

Geplaatst op 10/11/2010

Plaats uw reactie

Reacties

  • Het re-integratiebureaunetwerk van Ella Vogelaar


    Maar liefst € 18 miljoen taxpoet heeft de gemeente Utrecht door de plee gespoeld door met re-integratiebureau FourstaR in zee te gaan. U weet wel, dat bureau dat wordt bestuurd door ex-PvdA'ers, met Ella Vogelaar in de Raad van Advies. Van die € 18 miljoen is € 5 miljoen "gratis geld" in de zakken van criminele jongeren verdwe-nen.
    Dat we dit weten is te danken aan een scriptie die tot 2050 onder embargo had moe-ten blijven. Utrecht heeft nu een contract met re-integratiebureau Agens. Zowel Four- staR als Agens zijn beslist niet transparant en hoe het met de geldstromen zit weet niemand (PDF). Toch hebben FourstaR en Agens het belangrijke Blik Op Werk-keur-merk.
    Vreemd? Welnee. In het bestuur van Blik Op Werk zit Ella Vogelaar. Tot 2007 werd dit keurmerk uitgereikt door brancheorganisatie BOAborea. Wie was tot en met 2007 voorzitter van BOAborea en nu bestuurslid van Blik Op Werk? Ella Vogelaar. Het re-integratiebureaukeurmer- kencircus is dus volledig in handen van Ella Vogelaar, die nu in de raad van advies zit van een bureau waaraan ze zelf een keurmerk heeft toe-gekend. Dat een PvdA-wethouder in Utrecht vervolgens in zee gaat met zo’n Voge-laar-bureau vinden wij geen enkele verrassing. En ook dat Vogelaar alle schuld voor het falen bij de gemeente legt, verbaast ons niets. Het wachten is nu op een embar-goscriptie over álle re-integratiemaffia in Nederland. Wedden dat de naam Vogelaar daarin heel vaak voorkomt?
    Ja leuke spelletjes en dan maar de schuld geven aan de werkzoekende dat die een schamele € 700 in de maand vangt, terwijl de werkelijke kosten bij de reintegratie-maffia liggen. Juist door te bepleiten dat werkzoekenden voor hun uitkering moeten werken speel je die graaihaaien in de kaart. Want dat gaat altijd via hun bureautjes. Een onrendabele die de hele dag op z'n bed ligt te ruften kost de samenleving veel minder geld dan eentje die in een "traject" wordt gestopt om "te wennen aan het ar-beidsritme en begeleid te worden naar reguliere arbeid". Stoppen met die reintegratie nonsense, wat Rutte I ook gaat doen als ik het goed heb begrepen.

    Sleep die oplichters en fraudeurs als Vogelaar voor het (objectieve en neutrale) ge-recht en veroordeel deze lamstralen tot een hoge boete alsmede een werkkamp om ‘werkervaring’ op te doen! Dat deden hun socialistische vrienden in de oude Sovjet-Unie ook en dat wist de nomenclatura van de Partij van de Aasgieren. Een betere naam voor deze schofterige partij is nauwelijks beter!

    Samenvatting
    Eind 2004, twee jaar na de invoering van marktwerking in de arbeidsbemiddeling, constateerde de SP dat de reïntegratie “een schandalige miskleun was in de orde van grootte van de Betuwelijn”. In 2008, van 1 februari tot 18 maart, hebben wij de deelnemers opnieuw naar hun ervaringen gevraagd via het meldpunt op:
    www.sp.nl/enquetes/reintegratie/
    De bevindingen
    Het blijkt nog steeds een puinhoop. Van de ruim 200 meldingen die wij van 1 februari tot 18 maart binnenkregen, waren er slechts 4 positief. Maar ook bij deze 4 was er geen sprake van het vinden van werk: de deelnemers waren tevreden over de beje-gening door het betreffende reïntegratiebedrijf. Veruit de meeste meldingen hadden betrekking op de slechte kwaliteit van de reïntegratietrajecten. Veel mensen geven aan door eigen inspanning aan werk te zijn gekomen en dat het reïntegratietraject daarbij niet heeft geholpen of zelfs heeft tegengewerkt! Een vaak gemelde klacht is het snel wisselen van de begeleiders en het niet aansluiten van de standaard-cursus-sen op de achtergronden en behoeften van de cliënten.
    Positieve uitzonderingen
    Kleinschalige bedrijven, gericht op speciale doelgroepen en organisaties die reeds voor de introductie van de marktwerking gespecialiseerd waren in sociale activering en arbeidsbemiddeling, hebben vaak nog wél een mensgerichte aanpak. Dat blijkt uit de praktijk, uit werkbezoeken en uit positieve verhalen van cliënten.
    Deze nuance willen we hier graag aanbrengen. Maar ook bij deze kleinschalige be-drijven en organisaties staan ze vaak niet te juichen bij de komst van marktwerking in hun sector.

    Wat hebben de miljarden opgeleverd?
    Sinds de introductie, zes jaar geleden, van marktwerking in de reïntegratiesector is ruim € 7,7 miljard belastinggeld aan reïntegratie uitgegeven. Het merendeel van de reïntegratie levert echter niet op waarvoor het bedoeld is, namelijk mensen aan werk helpen. Exacte cijfers zijn niet bekend maar naar schatting werkt één op de zes men-sen na een reïntegratietraject zes maanden. Niet duidelijk is of deze mensen aan werk komen door de reïntegratie of dat dit zonder reïntegratie ook was gelukt. In een aantal gevallen zorgt een reïntegratietraject er zelfs voor dat het vinden van werk lan-ger in plaats van korter duurt. Wat er na deze zes maanden werken met deze men-sen gebeurt, bijvoorbeeld of ze daarna opnieuw in een reïntegratietraject komen, is niet bekend. Het percentage mensen dat naar een vaste baan wordt geholpen is vol-strekt onduidelijk.

    Aanbesteden en verantwoorden
    420 gemeenten besteden het grootste deel van de reïntegratie uit. Zo besteedt bij-voorbeeld 77% van de grote gemeenten (meer dan 100.000 inwoners) 80 tot 99% van het beschikbare budget aan de private reïntegratiemarkt. In de overeenkomsten tussen gemeente en reïntegratiebedrijf is vastgelegd hoe de uitgaven door het reïnte-gratiebedrijf tegenover de gemeente verantwoord moeten worden. Deze verantwoor-ding is in de meeste gevallen per traject en bestaat onder andere uit het aantonen of iemand na het traject zes maanden heeft gewerkt. Reïntegratiebedrijven ontvangen de betaling meestal in twee delen: deel I aan het begin van een traject en deel II na het behalen van het vastgestelddoel. Stel dat alle 420 gemeenten twee bedrijven in-schakelen, dan betekent dit dat er 840 verslagen zijn. Elke gemeente bepaalt zelf hoe deze verslagen zijn opgebouwd. Door het grote aantal uitbestedingen, contrac-ten en verantwoordingsafspraken is het onmogelijk om vast te stellen wat deze tra-jecten opleveren, wat de gemiddelde prijs van een traject is, en welke trajecten naar werk leiden en welke niet.


    Het nettoresultaat van de reïntegratie is dus volstrekt onduidelijk, toch blijven de mil-jarden naar de commerciële bedrijven stromen. Wij hebben tien grote reïntegratiebe-drijven onderzocht (zie voor een overzicht de bijlage) en geen van deze tien bedrij-ven kan of wil de besteding van de publieke middelen verantwoorden en aan-tonen welke diensten ervoor geleverd zijn en met welk resultaat. Uit de finan-cieel jaarverslagen van de tien bedrijven is niet af te leiden wat de winst of omzet uit de publieke middelen is geweest. Reïntegratiebedrijven werken ook voor private op-drachtgevers, en bijna alle reïntegratiebedrijven zijn onderdeel van een holding met verschillende dochterondernemingen. Omdat er veel onderlinge concurrentie is wordt de bovengenoemde informatie als concurrentiegevoelig gezien. Met andere woor-den: met een beroep op het belang van marktwerking kan de controle op de beste-ding van miljarden euro’s belastinggeld vermeden worden.
    Met twee handen zakkenvullen
    Wij hebben geconstateerd dat steeds meer bedrijven op twee manieren geld verdie-nen aan reïntegratie. De combinatie van reïntegratiebedrijf en uitzendbedrijf binnen één concern of holding maakt dit mogelijk. Een voorbeeld: het bedrijf Sagenn Dien-sten is 100% aandeelhouder en bestuurder van Sagenn Reïntegratie én van Sagenn Detachering en Uitzending. Deze bedrijven hebben dezelfde commercieel directeur en financieel controleur. Een gemeente betaalt het eerste deel van een reïntegratie-traject aan Sagenn Reïntegratie, dat vervolgens een cliënt doorstuurt naar Sagenn Detachering en Uitzending. Dit laatste bedrijf laat deze persoon ergens voor 6 maan-den werken en verdient daar aan. Vervolgens incasseert Sagenn Reïntegratie de 2e betaling voor het reïntegratietraject bij de gemeente. Uit het onderzoek bij de tien re-ïntegratiebedrijven blijkt dat vier van de tien bedrijven ook actief zijn in de uitzend- en detacheringsbranche (naast Sagenn zijn dat USG Restart, Serin en Salto). De minis-ter sluit niet uit dat personen bij dochterondernemingen aan de slag worden gehol-pen. Deze constructie is ook bekend bij Boaborea (de brancheorganisatie van de re-ïntegratiesector). Een handige constructie om extra te verdienen, niet om mensen aan werk te helpen...
    Bijlage: tien onderzochte reïntegratiebedrijven
    Rework
    Voert reïntegratie uit in opdracht van o.a. de gemeenten Heerenveen, Hilversum en Leiden. Rework is voor 100% eigendom van RT & A Holding B.V. Er is geen winst-en-verliesrekening bij de Kamer van Koophandel beschikbaar. Er is geen financiële verantwoording over de besteding van publieke middelen. Ook zijn er geen cijfers be-schikbaar over de nettoresultaten van de reïntegratietrajecten.
    Salto Depiro
    Voert reïntegratie uit in opdracht van het UWV en o.a. de gemeenten Roosendaal, Eindhoven en Spijkenisse. Salto Depiro is 100% eigendom van de Salto Groep, die bestuurder en aandeelhouder is van 19 ondernemingen, waaronder Salto Detache-ring en Salto Uitzend. Salto Groep had in 2006 een netto-omzet van € 16 miljoen. Er is geen financiële verantwoording over de besteding van publieke middelen en er zijn geen cijfers over de nettoresultaten van de reïntegratietrajecten beschikbaar.
    Agens
    Voert reïntegratie uit in opdracht van het UWV en o.a. de gemeenten Amsterdam, Rotterdam en Maastricht. Agens is onderdeel van Agens Holding, de bestuurder en 100% aandeelhouder van 7 ondernemingen. Agens Holding had een netto-omzet van € 46,5 miljoen in 2005. Er is geen financiële verantwoording over de besteding van publieke middelen en er zijn geen cijfers over de nettoresultaten van de reïnte-gratietrajecten beschikbaar.
    Focus
    Voert reïntegratie uit in opdracht van o.a. de gemeenten Utrecht, Breda en Arnhem. Focus is onderdeel van Focus Holding, bestuurder en 100% aandeelhouder van 1 onderneming, met een netto-omzet van € 4,3 miljoen in 2004. Een recentere winst en verliesrekening is niet beschikbaar. Er is geen financiële verantwoording over de be-steding van publieke middelen en er zijn geen cijfers over de nettoresultaten van de reïntegratietrajecten beschikbaar.
    Maatwerk
    Voert reïntegratie uit in opdracht van het UWV en o.a. de gemeenten Helmond en Amsterdam. Maatwerk is onderdeel van de Maatwerk Groep, die bestuurder en aan-deelhouder is van 2 ondernemingen. Maatwerk Nederland had een netto-omzet van € 2.8 miljoen in 2006. Er is geen financiële verantwoording over de besteding van pu-blieke middelen en er zijn geen cijfers over de nettoresultaten van de reïntegratietra-jecten beschikbaar.
    USG Restart
    Voert reïntegratie uit in opdracht van het UWV en o.a. de gemeente Amsterdam, Zwolle en Den Bosch. USG Restart is onderdeel van USG People, dat bestuurder en aandeelhouder is van ruim 35 dochterondernemingen waaronder uitzend- en deta-cheringsbedrijven (o.a. Content en Creyf’s). De netto-omzet van USG People in 2006 bedroeg € 3.3 miljard. Er is geen financiële verantwoording over de besteding van publieke middelen en er zijn geen cijfers over de nettoresultaten van de reïntegratie-trajecten beschikbaar.
    Serin
    Voert reïntegratie uit in opdracht van het UWV en o.a. de gemeente Dongen, Zaan-dam en Den Haag. Serin is voor 100% eigendom van Borghols beheer, de bestuur-der en aandeelhouder van 3 ondernemingen, waaronder Serin Detachering (Serin Detachering heeft geen winst-en-verliesrekening bij de Kamer van Koophandel). De netto-omzet van Borghols beheer bedroeg in 2005 € 11,3 miljoen. Er is geen finan-ciële verantwoording over de besteding van publieke middelen, en er zijn geen cijfers over de nettoresultaten van de reïntegratietrajecten beschikbaar.
    Sagenn Reïntegratie
    Voert reïntegratie uit in opdracht van o.a. de gemeenten Den Bosch, Hilversum en Dongen. Sagenn Reïntegratie is onderdeel van Sagenn Diensten, de bestuurder en 100% aandeelhouder van 3 ondernemingen, waaronder Sagenn Detachering en Uit-zending. Sagenn Diensten had een netto-omzet van € 9.9 miljoen in 2006. Er is geen financiële verantwoording over de besteding van publieke middelen, en er zijn geen cijfers over de nettoresultaten van de reïntegratietrajecten beschikbaar.
    Alexander Calder
    Voert reïntegratie uit in opdracht van het UWV en o.a. de gemeente Wageningen, Dongen en Den Bosch. Alexander Calder is onderdeel van Calder Holding, de be-stuurder en 100% aandeelhouder van 9 ondernemingen. De netto-omzet van Calder Holding in 2006 bedroeg € 28.2 miljoen. Er is geen financiële verantwoording over de besteding van publieke middelen en er zijn geen cijfers over de nettoresultaten van de reïntegratietrajecten beschikbaar.
    Fourstar
    Voert reïntegratie uit in opdracht van het UWV en o.a. de gemeente Arnhem, Leeu-warden en Breda. Fourstar is onderdeel van Fourstar Holding, bestuurder en 100% aandeelhouder van 3 ondernemingen. Er is geen winst-en-verliesrekening bij de Ka-mer van Koophandel te vinden, er is geen financiële verantwoording over de beste-ding van publieke middelen en er zijn geen cijfers over de netto resultaten van de tra-jecten beschikbaar.

    2. De bevindingen van het Meldpunt Reïntegratie
    In het najaar van 2004 opende de SP een Meldpunt Reïntegratie om de ervaringen van mensen met deze bedrijventak te inventariseren. Dit leidde tot een rapportage met schokkende uitkomsten: reïntegratiebedrijven functioneerden amper, maar stre-ken wel een half miljard euro per jaar op. Ze boden vaak een ondeskundige en mensonwaardige behandeling, intimideerden cliënten, dreigden met korting op de uit-kering, boden overbodige cursussen en scholingen aan die bovendien niet aansloten bij de opleiding van de cliënt. De regering beweert dat de praktijk inmiddels is verbe-terd; de kinderziektes zouden verholpen zijn.
    Begin 2008, van 1 februari tot 18 maart, hebben wij daarom mensen opnieuw ge-vraagd naar hun ervaringen met reïntegratiebedrijven via het Meldpunt Reïntegratie op www.sp.nl (zie www.sp.nl/enquetes/reintegratie/). Het blijkt nu nog steeds een puinhoop te zijn in de reïntegratiebranche. Van de ruim 200 meldingen die het Meld-punt binnenkreeg, waren er slechts vier positief. En ook bij deze positieve meldingen was er geen sprake van het vinden van werk, maar waren de deelnemers vooral te-vreden over de bejegening door het reïntegratiebedrijf.
    De meldingen, die wij van 1 februari tot 18 maart 2008 hebben ontvangen, zijn als volgt samen te vatten:
    l Het vinden van een baan komt door eigen inspanningen, niet door het reïntegratie-bedrijf.
    l Mensen worden van het ene reïntegratiebedrijf naar het andere gestuurd, zonder positief resultaat.
    l Reïntegratietrajecten sluiten niet aan op de ervaring en achtergrond van mensen.
    l De begeleiding wisselt snel, waardoor mensen meerdere malen hun verhaal moeten doen en zich niet serieus genomen voelen.
    l Mensen worden geïntimideerd met dreigende kortingen op de uitkering en worden vaak op mensonwaardige wijze behandeld.
    l Er wordt door de reïntegratiebedrijven makkelijk geld verdiend door minimale in-spanningen en het doorsluizen van mensen naar uitzendbedrijven en dochteronder-nemingen.

    In de volgende paragrafen gaan we dieper in op de meldingen, waarbij steeds rele-vante citaten uit de meldingen gegeven worden.
    Gebakken lucht, loze beloftes en onjuiste voorlichting
    Uit de meldingen komt naar voren dat de reïntegratiebedrijven zeer weinig doen en bijna geen resultaat bieden. Deelnemers merken weinig van eventuele inspanningen van het bedrijf. De begeleiding is vaak niet meer dan af en toe een gesprek. Er blijkt een groot verschil tussen theorie en praktijk te zijn. Met mooie praatjes worden de mensen binnengehaald, daarna gaat het mis. Van de kant van het bedrijf volgt dan een grote stilte of men wordt onvriendelijker. Beloftes over begeleiding, opleiding en werk worden door de reïntegratiebedrijven niet nagekomen. Het uiteindelijk vinden van een baan blijkt meestal het resultaat van de eigen inspanningen van de deelne-mer. Men komt aan het werk ondanks het reïntegratiebedrijf, niet dankzij het bedrijf. Richtlijnen voor de kwaliteit van reïntegratiebedrijven ontbreken of zijn niet bekend. Er is alleen aandacht voor de plichten van deelnemers, niet voor hun rechten, bij-voorbeeld bij kinderopvang, ziekte, verlof, of vergoedingen zoals voor reiskosten. Ook worden er regels overtreden als het gaat om werken met behoud van uitkering.
    Citaten uit de meldingen:
    “Van de vijf reïntegratiebedrijven waar ik mee te maken heb gehad zijn er twee die beweren dat ze mij aan het werk hebben geholpen. In werkelijkheid heb ik alles zelf gedaan!”
    “Ik ben twee jaar lang bezig geweest. De begeleiding was matig. Slechts enkele ma-len zijn er telefoontjes naar werkgevers gepleegd. Verder kon ik het zelf beter uitzoe-ken.”
    “Feitelijk heeft dit reïntegratiebedrijf niets meer gedaan dan wat flauwekulgesprekjes, onzintestjes, etc. Toen het mij wel duidelijk was dat ik niets opschoot met dit reïnte-gratietraject, heb ik zelfstandig gesolliciteerd als nachtportier in een hotel te Amster-dam, om zo uit de bijstand te blijven en mijn toenmalige schulden af te lossen. Hier-voor heeft dat reïntegratiebedrijf wel de premie van – ik meen – € 5.000 mogen op-strijken. Dat geld had beter aan scholing besteed kunnen worden.”
    “Mijn reïntegratietraject was een lachertje. Het begon met een basistraining Sollicite-ren van vier dagen. Verplicht... Anders zouden er sancties volgen. Daarna heb ik vrij-wel niets meer gehoord. Slechts een bezoekje thuis waar de consulente aan kwam zetten met een vacature die ik reeds lang op werk.nl gezien had... Een paar maal te-lefonisch contact gehad, maar dat leek meer om te controleren of ik nog bestond...”
    “Ik zat daar één ochtend in de week achter de computer vacatures te zoeken, wat ik thuis ook al deed. Zelfs een stageplek moest je feitelijk zelf gaan zoeken. Ze zeiden wel dat ze overal contacten hadden, maar in de praktijk bleek daar niks van.”

    Begeleiding niet op maat, maar onder de maat
    Veel deelnemers maken melding van veel wisselingen in de begeleiding, waardoor mensen steeds opnieuw hun verhaal moeten doen. Sommige mensen worden van bedrijf naar bedrijf, van traject naar traject gestuurd, zonder enig positief resultaat. Veel mensen voelen zich niet serieus genomen of begrepen door het reïntegratiebe-drijf. Naar goede voorstellen van de cliënten zelf wordt niet geluisterd. Cursussen en begeleiding zijn van een lage kwaliteit en niet ‘op maat’ toegesneden op de situatie van de individuele cliënt. Werkervaringen die wel via reïntegratiebedrijven met werk-trajecten worden opgedaan, blijken vaak niet relevant te zijn voor werkgevers. Er is geen professionele begeleiding voor mensen met een handicap of chronische ziekte; met hen wordt geen rekening gehouden, want ‘iedereen kan werken’. Het komt zelfs voor dat verplichte reïntegratietrajecten mensen van het werk houden, terwijl er wel passend werk is.
    Citaten uit de meldingen:
    “Mijn begeleider van de gemeente ken ik alleen van naam en van de intake een jaar geleden.”
    “Destijds is me dit reïntegratiebedrijf toegewezen. Ik ben daar in totaal misschien vier keer geweest. Niet voor mijzelf, maar omdat er elke keer nieuwe mensen op mijn ‘zaak’ werden gezet en zij mij graag wilden leren kennen.”
    “Bij Fourstar in Rotterdam moet ik de hele werkweek door (vijf dagen, 30 uur lang) simpel in- en ompakwerk doen. Ze zeggen dat ze je aan een baan gaan helpen, maar in feite ben je gewoon een goedkope productiekracht die onder het minimum-loon werkt (zonder enige bonus bovenop de uitkering). Het is een traject voor zes maanden. Ze noemen dit een Arbeidstrainingscentrum (ATC), maar van begeleiding – laat staan training – is nauwelijks sprake. Soms legt men niet eens uit hoe je een bepaalde taak moet uitoefenen, waardoor je het zelf moet uitzoeken en er uiterst chaotisch en ongeorganiseerd gewerkt wordt. Het lijkt eerder bezigheidstherapie dan echt werk, ook al wordt het werk gedaan voor diverse commerciële opdrachtgevers.”
    “Wat ik gehad heb is een nutteloze cursus ‘Hoe presenteer ik mezelf’ (na elf jaar in de verkoop weet ik dat wel), diverse gesprekken met een zogenaamde werkdeskun-dige die op niets uitliepen, en een IQ-test waaruit bleek dat ik HBO/WO-niveau bezit, wat ik ook al geruime tijd wist overigens. Gedurende het jaar heb ik twee maal een aanbod gehad voor een baan in de beveiliging, terwijl al duidelijk was dat werk in de beveiliging ongeschikt was (en is) voor mij. Al met al een grote wassen neus dit hele reïntegratietraject.”
    “Een groot verloop onder het personeel. Ik heb in een half jaar tijd vier verschillende reïntegratiecoaches gehad, die elkaar ook nog eens allemaal tegenspraken wat be-treft de aanpak. Zinloze cursussen om ‘jezelf te leren kennen’ met als toppunt een beroepskeuzetest waaruit kwam dat ik asfalttechnoloog, leraar Russisch (of een an-dere taal die ik niet spreek) of neurochirurg zou moeten worden. Op mijn opmerking dat neurochirurg mij wel wat leek en mijn vraag hoe ik dat zou moeten aanpakken, kreeg ik als antwoord dat ik dat anders moest zien. Omscholen mocht sowieso niet volgens hen. Wat dan het nut van een beroepskeuzetest was, konden ze me niet dui-delijk maken.”
    “De begeleider die ik in de eerste periode had ging weg en toen kreeg ik iemand voor me die in mijn ogen totaal incompetent was. Ze stuurde me bijvoorbeeld vacatures per post op waar ik niet op kon reageren: in al die vacatures was een rijbewijs een voorwaarde. In mijn dossier stond toch duidelijk dat ik GEEN rijbewijs heb. Maar het ergste vond ik wel dat ze het mij kwalijk nam dat ik niet op die vacatures reageerde, want zij had veel moeite gedaan deze te vinden (het waren krantenknipsels!).”
    “Het reïntegratiebedrijf zou mensen moeten helpen om weer te kunnen functioneren in de maatschappij na een aantal jaar een uitkering ontvangen te hebben. Tijdens het tweede gesprek dat mijn vriend daar voerdewerd er gezegd: ‘Meneer, uw problemen zijn ons te groot, wij willen u niet verder helpen en u komt zeker niet aan het werk.’ Oftewel: veel plezier met de Sociale Dienst. Terwijl mijn vriend nu al bijna zeven jaar
    probeert om weer in de maatschappij te komen, en zo graag weer aan het werk wil!”
    Vernederend en intimiderend
    De melders ervaren de bejegening van klantmanagers en reïntegratiemedewerkers vaak als denigrerend, intimiderend en niet menselijk. Soms is er wel sprake van een menselijke bejegening waar deelnemers tevreden over zijn, maar nog steeds leidt zo’n traject niet naar werk. Het blijkt moeilijk om van een slecht presterend bedrijf af te komen. Vaak grijpt zo’n bedrijf dan naar intimidatie door te dreigen met een nega-tieve rapportage aan de uitkerende instantie. Bij een negatieve rapportage kan de uitkering verlaagd of zelfs gestopt worden. Schrijnend is ook dat veel oudere mensen (55-plus) in een reïntegratietraject geplaatst worden, terwijl de kans erg klein is dat werkgevers hen willen aannemen. Mensen die nuttig vrijwilligerswerk of mantelzorg doen, worden op straffe van inhouding van de uitkering gedwongen te stoppen.
    Citaten uit de meldingen:
    “Ik vind het ronduit schandalig dat de overheid gewoon doorgaat met deze kapitalen-verslindende methode die, zeker voor wat hoger opgeleide en oudere werklozen, weinig tot niets oplevert. Het ergste is eigenlijk nog dat je als werkloze in feite ‘mede-plichtig’ gemaakt wordt aan deze praktijken. Wens je daar niet aan mee te werken, dan ben je je uitkering kwijt. En dat kan natuurlijk niemand zich veroorloven.”
    “Intimidatie was aan de orde van de dag. Mensen kregen te horen dat ze naar de gemeente konden worden teruggestuurd met een negatief advies, wat tot een straf-korting zou leiden. Maandag, tijdens het personeelsrondje, heb ik ze er fijntjes aan herinnerd dat ook WIJ een negatief advies kunnen uitbrengen aan de gemeente, dat WIJ heel weinig te verliezen hebben en ZIJ een hypotheek moeten betalen. Het bleef
    doodstil aan de andere kant van de tafel...”
    “Dit immens grote bedrijf met vele BV’s heeft een mooie glossy website. Maar in praktijk heeft het daar niets van weg. Het bedrijf blijkt gevestigd in een opslag/fa-brieksruimte op een industrieterrein in Oosterhout. Trainingen zijn in werkelijkheid be-oordelingen of je op tijd kunt komen en of je goed kunt omgaan met collega’s. Werk-zaamheden bestaan uit labels afknippen van knuffels en andere simpele opdrachten uit hun andere BV’s. Dit bedrijf zit landelijk overal. Dit heeft niets te maken met men-sen op een goede en respectvolle manier aan het werk helpen. Dit is puur winstbe-jag. Vreselijke mensenhandel. Heb er geen andere woorden voor.”
    “Persoonlijke situatie: academicus, bijna gepromoveerd. Sinds mei 2007 werkloos; contract liep af... Nu word ik door sociale zaken gedwongen aan het Work First Pro-ject mee te doen. Een verplicht onderdeel van de begeleiding betreft het verrichten van werkzaamheden bij de Dienst Sociale Werkvoorziening (DSW). Deze situatie vind ik ronduit schandalig en uiterst vernederend. Ik ben me rot geschrokken. De communicatie met de consulent van sociale zaken verliep slecht. Geen begrip voor mijn situatie.”
    “Helaas heb ik ook te maken gehad met reïntegratiebedrijven... Mijn vriend moest le-ren kwispelen met een staart onder het mom van teambuilding.”
    “Bij een reïntegratiebedrijf in Zeist loopt een man van 64 rond, en ook nog een paar van rond de 60. Is dit normaal en/of zinnig?”
    Makkelijk verdiend
    De meeste melders ervaren heel duidelijk dat de reïntegratiebedrijven vooral aan hun cliënten willen verdienen. Mensen aan werk helpen komt op de tweede plaats. Het snel incasseren van de premie van de gemeente staat voorop. Veel bedrijven nemen dan ook alleen contact op met een cliënt wanneer er een rapport naar de uitkerende instantie moet. Soms zeggen bedrijven heel eerlijk tegen een cliënt: “Wij kunnen niets voor u doen, maar u mag niet stoppen, want anders krijgen wij niets of veel min-der premie voor uw reïntegratie.” Rapportages zijn vaak gebakken lucht: ze bevatten onjuistheden of overdrijven de rol van het reïntegratiebedrijf in het vinden van werk.
    Citaten uit de meldingen:
    “Gekscherend zei ik tijdens mijn herkeuring ‘als het opzetten van mijn eigen praktijk niet lukt ga ik een reïntegratiebedrijf beginnen want makkelijker je geld verdienen kan niet’.”
    “Ik kreeg een begeleidingsplan onder ogen, door Agens rondgestuurd, wat ik zelf nog nooit gezien had! Ik werd afgeschilderd als een idioot die nog helemaal aan het handje gehouden moet worden en alles moet leren. Als ik werkgever was, had ik mij-zelf niet eens aangenomen.”
    “Keer op keer zie je bij Sagenn te Dordrecht dezelfde mensen opnieuw binnen ko-men, terwijl Sagenn wel lekker z’n handje ophoudt.”
    “Tot driemaal toe heb ik Reïntegratie Randstad benaderd, maar men neemt niet eens contact op. Mijn vermoeden is dat men alleen nog mensen helpt als men zeker weet dat men er zelf genoeg aan overhoudt. Nu vallen veel mensen helemaal buiten de boot.”
    “Met verschillende mensen heb ik gesproken en ben tot de conclusie gekomen dat zij niets voor mij konden doen. Toen ik voorstelde dat ik wilde stoppen om verdere geld-verspilling tegen te gaan, zei een medewerker ‘dat kan niet zomaar, wij krijgen € 8.000 voor u!’.”
    “Het reïntegratiebedrijf heeft € 5.000 ontvangen voor slechts twee gesprekken.”
    “Van het derde en laatste traject, dat ongeveer anderhalf jaar heeft geduurd, waren de eerste drie maanden nog enigszins zinvol: persoonlijkheidsonderzoek, gespreks-training etc. Maar toen het erop aan kwam hulp te bieden bij het vinden van werk, liet ook het laatste bedrijf het vreselijk afweten. Ik kreeg een paar internetadressen van vacaturesites die ik uiteraard zelf al lang had gevonden. Na veel telefoontjes kreeg ik zeer moeizaam af en toe een naam van een bedrijf (ook van internet geplukt), en daar moest ik het mee doen. En dat laatste traject voor de som van € 2.500, het be-drag dat ieder reïntegratiebedrijf krijgt voor alleen al het aannemen van een cliënt. Er is dus inmiddels € 14.000 à € 15.000 en misschien zelfs meer betaald aan reïntegra-tiebedrijven, maar ik heb nog steeds geen werk.”
    “Later kreeg ik te horen dat ik ‘het traject met goed gevolg’ had afgerond. Mmmm... Ik had het iets geloofwaardiger gevonden als ik hier zelf bij aanwezig geweest.”
    “Ze deden niets. Ik vond het werk en zij streken € 6.000 op. Toen ik vroeg om te kij-ken welk soort beroep bij mij zou passen, kreeg ik een test. Helpdesk-medewerker, wat ik jaren heb gedaan, bleek goed te zijn. Dus kon ik daar beter naar solliciteren. Ik heb in totaal zes gesprekken gehad, en het bedrijf streek € 6.000 op. Zo zou je je geld toch niet willen verdienen?”
    “Ze sturen je iedere keer naar uitzendbedrijven waar je ook niet serieus wordt geno-men en zo weer buiten de deur staat, maar dit is lekker makkelijk, dan hoeven ze zelf niets te doen. Voor dit alles is bijna € 5.000 betaald. Het bedrijf vaart er wel bij en ik ben met lege handen achtergebleven.”

    Conclusie en voorstellen SP
    l Op grond van de ruim 200 meldingen en onze analyse van de reïntegratiesector ko-men wij tot de conclusie dat de vele miljarden, die de reïntegratiebedrijven ontvan-gen, niet goed worden besteed en uit het zicht zijn verdwenen. Dit zijn daarom onze voorstellen:
    l Er komt een grondig parlementair onderzoek naar de besteding van de reïntegratie-gelden en het nettoresultaat van de geleverde reïntegratietrajecten.
    l Arbeidsbemiddeling wordt publiek georganiseerd door arbeidsbemiddelaars; deze krijgen tot taak om werklozen en werkgevers te kennen en bij elkaar te brengen. Ook het bieden van scholing voor een bestaande functie en het bieden van ondersteuning aan de werkgever bij begeleiding op het werk en het regelen van subsidies maakt onderdeel uit van deze publieke arbeidsbemiddeling.
    l Voor specialistische begeleiding kunnen gemeenten diensten inkopen.
    l Er dient meer aandacht en hulp te zijn bij de situatie van de uitkeringsgerechtigde. Naast de aandacht voor toeleiding naar werk moet er een stabiele thuissituatie wor-den gecreëerd door te helpen met bijvoorbeeld zorg of schuldenproblematiek. Mid-delgrote en grote werkgevers worden verplicht om een percentage van hun arbeids-plaatsen open te stellen voor mensen die (deels) arbeidsgehandicapt zijn. De over-heid moet het goede voorbeeld geven door zelf ook quota te hanteren.
    l Reïntegratie mag alleen door gemeenten en UWV worden aangeboden als er een duidelijk perspectief op een reguliere arbeidsplaats is en het reïntegratietraject dit perspectief bewijsbaar vergroot. Het traject moet hierop afgestemd worden.
    l Er komen meer mogelijkheden tot het volgen van vakopleidingen; leren en werken worden gecombineerd, bijvoorbeeld in gemeentelijke leer-werkbedrijven.

    Posted by Sander Driessen, 14/11/2010 10:31am (2 jaren geleden)

RSS feed van de reacties op deze pagina | RSS-feed voor alle reacties

Terug naar het nieuwsoverzicht